Hoe structuur bijdraagt aan inclusief onderwijs op basisschool De Wheele
Een kleine aanpassing kan een wereld van verschil maken. Op basisschool De Wheele in Borne bracht leerkracht Nina rust terug in groep 5 door terug te keren naar de basis. “Het begint met duidelijkheid en structuur in de klas. Pas dan komt er ruimte om te differentiëren”, legt co-teacher Gerben uit, die haar samen met zorg- en kwaliteitscoördinator Ines ondersteunde.
Nina Kuilder nam in oktober groep 5 over van een collega. “Door wisselende leerkrachten in het begin van het schooljaar was er veel onrust ontstaan. Ik was daardoor vooral bezig met corrigeren en rust proberen te creëren in de klas”, illustreert Nina de situatie. “De voorwaarden om te kunnen leren waren zoekgeraakt. Ook buitenspelen op het plein gaf problemen. Het gevoel van veiligheid bij de kinderen was onvoldoende.”
Hulp inschakelen
Nina richtte zich met haar hulpvraag tot Ines Frowijn, de zorg- en kwaliteitscoördinator van de Wheele. “Hoe kan ik zorgen dat de onrust wordt verholpen, zodat leerlingen weer in een goede leerstand komen? En specifiek voor één leerling: hoe kan ik hem op de beste manier ondersteunen om tot leren te komen en zich veilig te voelen in de groep?” Samen schakelden ze co-teacher Gerben Busscher van Stichting Brigantijn in.
Wat kan ík doen?
Wat Gerben direct opviel in Nina’s hulpvraag was dat ze heel goed naar haar eigen rol als leerkracht keek. “Als je het bij de leerling neerlegt, kom je niet verder. Jij zit als leerkracht aan de knoppen”, legt hij uit. Gerben vervolgt: “Mijn voordeel is dat ik als buitenstaander fris naar de situatie kan kijken. Ik heb nog geen blinde vlekken.” Nina was blij met de manier waarop Gerben de klas observeerde: “Hij was heel rustig aanwezig en keek mee zonder in te breken.”

Co-teaching: expertise inzetten zonder overname
“Ik kom niet als expert die het probleem oplost, maar als tijdelijke partner die meekijkt en meedenkt”, legt Gerben uit. Hij besprak zijn observaties en gaf Nina tips en adviezen. Nina maakte vervolgens zelf een plan. “Ik wil de leerkracht in haar kracht laten. Zij moet het gevoel krijgen dit gaat me lukken en hier sta ik zelf achter”, legt de co-teacher uit. Vanuit mijn rol als co-teacher begeleid ik dit proces, aansluitend bij wat de leerkracht nodig heeft.” Gerben focust ook op het systeem in plaats van alleen op het ‘probleemgedrag’. “Vaak zijn er al veel uitzonderingen gemaakt voor specifieke leerlingen, zonder blijvend resultaat. Kinderen zitten niet te wachten op allerlei aparte regels; ze willen juist erbij horen onder dezelfde voorwaarden. Een goed klassenmanagement draagt vaak al bij in vermindering van probleemgedrag.”
Gewenst gedrag belonen
Na de observaties besloot Nina terug te gaan naar de kern en vooral in te zetten op klassenmanagement. “Door duidelijk mijn verwachtingen uit te spreken en te werken met een beloningssysteem, kwam er meer structuur en rust”, vertelt ze. “Mijn verwachtingen van de kinderen visualiseerde ik op het digibord in een soort dashboard. Dat geeft de kinderen houvast.” Een van de onderdelen daarop is een stoplicht dat aangeeft of je juf op dat moment mag storen. Ook afspraken over stemniveaus staan erop. “En ik maakte een nieuwe klassenopstelling. Van groepjes gingen we naar rijtjes van twee. Daardoor kunnen alle kinderen mij goed aankijken en ik hen. Tenslotte gingen we van tientallen regels naar drie duidelijke kernwaarden: ‘Op het plein is het fijn’, ‘In de klas is er rust’ en ‘Ik luister naar juf want zij helpt’. Daaraan kan ik al het gewenste gedrag koppelen.”
Veiligheid en duidelijkheid
Het zijn de simpele aanpassingen die veel structuur en rust brengen in de klas. “Het kost nauwelijks extra tijd, maar het effect is enorm”, zegt Nina. “Wat werkte was dat ik alleen bezig was met positieve aspecten. De kinderen haakten daarop aan.” De resultaten lieten niet lang op zich wachten. “Het is een wereld van verschil”, vertelt Nina. “De kinderen zitten weer in de leerstand, we kunnen weer bouwen. Ze komen met een glimlach binnen en gaan zo ook de deur weer uit.” Nu het klassenmanagement loopt, heeft ze meer tijd om in te spelen op wat een individuele leerling nodig heeft.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Zorg- en kwaliteitscoördinator Ines plaatst het proces in breder perspectief: “Inclusief onderwijs betekent voor ons een passende plek bieden waar elke leerling zich op zijn of haar manier kan ontwikkelen. Het is fantastisch om te merken dat dit lukt! Het is echter een illusie om alle kinderen op school een passende plek te kunnen bieden. Soms zijn zorg- of onderwijsbehoeften zo specifiek, dat een andere plek beter zal aansluiten.”
Ines benadrukt het belang van samenwerking: “We maken gebruik van elkaars expertise binnen onze stichting, maar ook van het samenwerkingsverband en instanties buiten school. Ons doel is om vanuit verschillende perspectieven naar een situatie te kijken en van elkaar te leren. En dat is precies waarmee Gerben ons heeft geholpen. Als co-teacher versterkt hij de houding, kennis en vaardigheden van leerkrachten. Daarnaast maken we regelmatig gebruik van co-teaching vanuit het sbo en so. Ook deze ervaringsdeskundigen brengen veel kennis mee en geven een impuls aan de vaardigheden van leerkrachten.”
Van individuele casus naar schoolbrede aanpak
Het succes in Nina’s klas blijft niet beperkt tot haar groep. “Collega’s zien de verbeteringen ook en vragen geïnteresseerd naar mijn aanpak. Met de werkgroep Pedagogisch klimaat kijken we nu hoe we deze aanpak verder kunnen delen.” Ines geeft aan: “Zo creëren we een olievlek binnen de school en zorgen voor een doorgaande lijn in onze werkwijze. Kinderen werken op dezelfde manier en worden op dezelfde manier aangesproken. Dat draagt bij aan ons doel: dat zoveel mogelijk kinderen een passende plek kunnen vinden op onze school.”
