Boet geeft een warme knuffel aan Kirsten wanneer ze samen op de foto gaan. Ze gaat hem missen wanneer hij straks naar de middelbare gaat. Als persoonlijk begeleider hielp Kirsten Mekenkamp hem de afgelopen acht jaar ontwikkelen en groeien op Beekpark Daltonschool in Borne. “En het mooie? Ook wij groeiden. Dankzij Boet werden we creatiever en inclusiever.”
Boet (13) is enthousiast, leergierig, sociaal en ondernemend. Hij voetbalt in de pauze graag met zijn klasgenoten en werkt hard om zijn planning te halen. Daltonschool Beekpark verwelkomde Boet als kleuter. “We wensten voor Boet een kleine school in de buurt, zodat hij vriendjes kon maken en een bekend gezicht in de wijk zou worden”, blikt moeder Angelique Karperien terug. De medewerkers van de peutergroep adviseerden hen ook bij het regulier onderwijs te kijken. “Een spannende stap, want Boet kon zich verbaal niet uitdrukken zoals leeftijdgenootjes. Maar hij kwam in een klas met twee leerkrachten met ervaring met kinderen met Downsyndroom. Dat voelde als een warm bad.”

Samen leren
Het hele team van Beekpark investeerde in kennis en vaardigheden om Boet goed te kunnen ondersteunen. Ze volgden trainingen in gebarentaal en leerden over gedrag bij kinderen met Downsyndroom. Persoonlijk begeleiders Kirsten en Margreet volgden een opleiding voor de methoden Leespraat en Rekenlijn. Ook de intern begeleider, logopedist, fysiotherapeut, orthopedagoog en natuurlijk zijn ouders waren voortdurend nauw betrokken. “Gedragsexpert Jacqueline van het samenwerkingsverband begeleidde ons vanaf de start. Ze deelde wat we konden verwachten en hielp ons soms relativeren, want niet alles ging in een keer goed”, vertelt Kirsten.

Ritme en verantwoordelijkheid
Boet begint zijn dag met een kwartiertje in zijn eigen groep zeven en werkt daarna met Kirsten of Margreet in een aparte ruimte. Kirsten: “We nemen de planning door en beginnen met rekenen of leespraat. Soms neemt hij iets van thuis mee om over te vertellen. Daarna werkt hij in de klas en spiek ik af en toe hoe het gaat. Na het samen eten en drinken gaan we buiten spelen. Daarna doet Boet een klusje, zoals de vaatwasser uitpakken of oud papier opruimen. Daarmee werken we aan meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Belangrijke vaardigheden voor de middelbare school.” In de middag werkt Boet in zijn klas onder begeleiding van de leerkracht.
Hulpmiddelen en creatief
“Bij kinderen met Downsyndroom is het visuele kanaal vaak beter ontwikkeld dan de spraak”, vertelt Angelique. “Als Boet iets heeft gezien, beklijft het beter. Zo leerde hij lezen met de methode Leespraat.” Kirsten vult aan: “Daar maken we ook gebruik van om zijn gedrag te sturen. Bijvoorbeeld door een woord of zin op de grond te schrijven, zoals ‘Als juf ja zegt, mag ik naar boven’. Zo konden we voorkomen dat hij telkens naar onze werkkamer op zolder vertrok, voordat het tijd was.” Belonen met stickers, een heen-en-weer-schriftje, smileys in zijn jaszak; samen bedachten Angelique en Kirsten allerlei hulpmiddelen voor Boet. “Hij stimuleert voortdurend onze creativiteit. Werkt het ene trucje niet meer, dan bedenken we iets nieuws dat hem op dat moment wel helpt. We leerden daardoor als team echt verder kijken en denken in mogelijkheden.”
Met hulp van klasgenoten
Elk kind heeft in het Daltononderwijs een maatje in de klas, ook Boet. Zijn klasgenoten ondersteunen hem bij het naar de gym lopen en bijvoorbeeld samen lezen. En ze weten wanneer ze hem juist zelf iets moeten laten proberen. Kirsten: “Hij is onderdeel van de groep en ze kennen hem goed. Dat komt ook doordat ze vanaf groep drie al samen in de klas zitten. Dat zie je bijvoorbeeld tijdens het voetballen, ze geven hem de kans om te scoren. De kinderen voelen zich verantwoordelijk, zonder dat het overnemen wordt.”
Meerwaarde in de klas
Na de zomer start Boet op VSO ‘t Korhoen. Het team daar is al betrokken, kwam op school langs en Kirsten is met Boet mee geweest naar de nieuwe locatie. “We maakten foto’s die Boet volgende week aan de klas laat zien in een presentatie over zijn nieuwe school. De focus ligt nu op zelfstandigheid. Straks heeft hij geen persoonlijke begeleider meer. We bereiden hem daar stap voor stap op voor.” Na acht jaar dagelijkse begeleiding is de overgang voor iedereen voelbaar. En er is trots. Op hoe ver hij is gekomen, wat hij heeft geleerd en wat hij de school heeft gebracht. “Boet bracht dynamiek en vrolijkheid. En hij leerde ons geduldig zijn, nieuwe oplossingen bedenken en gaf ons een bredere blik. Ook zijn klasgenoten staken veel van hem op. We gaan ‘m missen.”
