Breng de expertise van het speciaal (basis)onderwijs naar de leerkracht en leerling in het reguliere onderwijs en niet andersom. Daarvoor pleit bestuurder Alice ten Dam, van stichting Keender. “Meer geld verandert niets in systemen. Maar als we samen anders organiseren kunnen we veel meer kinderen in de eigen groep begeleiden. En daar hebben ook de klasgenoten profijt van.”
Alice ten Dam is sinds juli 2025 bestuurder bij Stichting Keender. Een onderwijsorganisatie met 16 locaties in de gemeenten Haaksbergen, Hof van Twente en Berkelland. “Onze scholen liggen in uitgestrekte gemeenten met veel bedrijvigheid en agrarische bedrijven”, schetst Alice. De bestuurder komt niet uit het onderwijs. Ze werkte jaren voor een onderzoeksbureau en welzijnsorganisatie. Die maatschappelijke blik brengt ze mee. “De kunst is om meer naar buiten te kijken en samen inclusief onderwijs vorm te geven.” Keender richt zich de komende jaren op drie speerpunten: sterk onderwijs voor alle kinderen, teamgericht organiseren en thuis nabij.
Niet het kind aanpassen, maar de groep
“Nog te vaak sluiten we kinderen in Nederland uit, in plaats van dat we ze insluiten”, stelt Alice. “Ons onderwijs moet zo sterk zijn dat we zoveel mogelijk kinderen binnen de school kunnen houden. Eerder keken we hoe het kind zich moest aanpassen. Nu kijken we hoe we de groep kunnen aanpassen.” Soms is dat zo simpel als een kastje in het lokaal verplaatsen om een stilteplek te creëren. “Daarmee help je meer kinderen dan alleen die ene leerling die je anders apart had gezet.” Ook een tussenoplossing kan bijdragen om betrokken te blijven. “Denk aan een leerling die twee dagen in de reguliere klas zit en drie dagen op een andere plek. Zo houdt een kind verbinding met de wijk en zijn buurtgenoten.”
Expertise naar de leerling, niet andersom
“Ik vind ook dat expertise naar het kind toe moet komen. Niet andersom. De school is een veilige plek. En kinderen willen geen uitzondering zijn, dus liefst zien we de expert in de klas.” Ook daarmee zijn meer kinderen geholpen en de vaardigheid van de leerkracht kan groeien. Daarnaast wil Alice vaker met meer disciplines aan tafel, zoals schoolmaatschappelijk werk en JGZ. “Met meer ogen kijk je vaak anders naar hoe een kind of een groep zich ontwikkelt. En wat je vervolgens voor één kind creëert, is weer goed voor de hele groep.” De leerkracht houdt de regie, maar staat er niet alleen voor. “De leerkracht heeft een team van professionals om zich heen. Dat vraagt andere vaardigheden en de bereidheid om de hulpvraag te durven stellen. Wij ondersteunen die ontwikkeling vanuit het bestuur.”
De school staat er niet alleen voor
Alice ziet ook een rol voor ouders. “Tijdens een ouderavond vertelde een moeder waarom het zo belangrijk was dat haar kind in de klas kon blijven, ook al was het gedrag niet altijd het maatschappelijk gewenste gedrag. Dat zorgde voor meer begrip bij andere ouders.” Zo wordt inclusie iets wat de hele school aangaat, niet alleen de leerkracht of het zorgteam.

En het houdt voor Alice niet op bij de schooldeur. “Voor een gezin waar iets speelt, stopt het niet na drie uur. Hoe doe je dat als er in jouw dorp geen buitenschoolse opvang is? Of als je kind niet welkom is bij de sportvereniging?” Alice ziet het als haar taak als bestuurder om kindpartners en gemeenten hierbij te betrekken. “Dat verwacht ik niet van onze leerkrachten. Zij zijn er voor sterk onderwijs voor alle kinderen.”
Ingeschreven blijven
Als ze één ding mag veranderen voor meer inclusief onderwijs, dan is dat niet meer budget. “Meer geld verandert niets in systemen”, stelt Alice. “Maar ingeschreven blijven staan bij de reguliere basisschool kan wel een verschil maken. Dat dwingt tot creatief nadenken over hoe je toch betrokken blijft bij een leerling. Dat kan al beginnen bij het meedoen met de Sinterklaasviering op de school in jouw wijk. Daarmee zeggen we: jij hoort erbij.”
