Vijf leerlingen van de Nutsschool in Oldenzaal brengen elke week anderhalf uur door in het Doelab, even weg van de theorie en aan het werk met hun handen. Leerkracht Monique Nijhuis ziet hoe waardevol dat is. “Niet de activiteit zelf is het doel, maar het werken aan je persoonlijke doelen en een groeimindset.”
Dat wordt meteen zichtbaar tijdens de les van deze week. ‘Zal ik helpen?’, vraagt een van de jongens aan zijn klasgenoot. Samen buigen ze zich over de Beebots en passen de code nog eens aan. Zodra ze op start drukken, komen de robotjes in beweging. De jongens volgen gespannen of hun opdracht lukt. Monique kijkt mee. “Het gaat niet om de dans van de Beebots”, zegt ze later. “Het gaat om wat kinderen op zulke momenten laten zien: samenwerken, hulp vragen én hulp accepteren, fouten durven maken. Na de les bespreken we hoe dat ging.”
Leren door te doen
De Nutsschool telt 240 leerlingen, één groep per leerjaar. “De school is overzichtelijk, iedereen kent elkaar en dat voelt voor kinderen heel vertrouwd”, omschrijft Monique de basisschool in Oldenzaal. Begin dit schooljaar zijn ze gestart met het Doelab. “We zochten een aanbod voor de kinderen die iets extra’s nodig hebben om tot leren te komen. Even uit de theorie en juist praktisch aan de slag. Zo kwamen we uit bij het Doelab.” Monique herkent de behoefte aan leren door te doen goed. “Zelf startte ik op het vmbo en werkte stap voor stap naar de lerarenopleiding.”
Zelfvertrouwen opbouwen
“Met het Doelab werk je aan de juiste mindset om te leren”, legt de leerkracht uit. In de thematische lessen komen techniek, taal, rekenen, woordenschat en leervaardigheden samen. Monique volgde twee dagen scholing en startte tegelijk het Doelab op. De praktische opzet van de post-HBO-opleiding die in totaal vier jaar duurt, helpt haar om meteen met de kinderen aan de slag te gaan. Ze is gestart met een groepje van vijf leerlingen uit groep 5 en 6 die moeite hebben met het abstracte leren of bijvoorbeeld faalangst hebben.

Tijdens de Doelab-lessen werken ze aan hun persoonlijke ontwikkeling. “We gaan op zoek naar dat sprankeltje van trots in hun ogen. De vaardigheden die zie hier leren, daar hebben ze hun hele schoolcarrière iets aan.”
Wat helpt jou?
De lesmethode wordt ondersteund met verschillende materialen. Zo hangen voor het raam de verschillende groeidoelen van het Doelab, aan de muur prijkt de poster van de leerkuil en op de kast staan de figuren Growie en Fixie. “Growie leert de kinderen bijvoorbeeld dat je patronen moet doorbreken om je doel te bereiken”, legt Monique uit. “Soms is leren even niet leuk. En dat mag. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. In de praktische lessen leren ze doorzetten en geloven dat ze kunnen leren. Dat kan met de Beebots zijn, maar ook door werken met de naaimachine of een recept koken.”


Doorgaande leerlijn
Belangrijk voor het constructief bouwen aan zelfvertrouwen is de verbinding met de klas. Monique houdt van elk kind het handelingsplan bij, geeft aan waaraan ze werken en wat ze in het Doelab hebben ontdekt. Zo kan de eigen leerkracht daarop aansluiten. Ook heeft elke leerling zijn persoonlijke leerdoel op zijn tafel geplakt. En de kinderen presenteerden in de eigen groep hun poster over Fixie en Growie en het zelfgemaakte spel over de Leerkuil. Zo betrekken ze hun klasgenoten erbij.
Mindset en de juiste woorden
De eerste reacties van onze collega’s zijn positief. “Ik word er zelf ook vrolijk van als ik de kinderen bezig zie met de praktische opdrachten. En ik merk dat ik zelf ben gegroeid in feedback geven en leerstrategieën. Zo neem ik de mindset-taal mee naar mijn eigen groep en naar mijn collega’s.” Monique geeft een voorbeeld: “Ik benoem niet ‘wat dansen de robotjes mooi’, maar eerder: ‘wat hebben jullie goed samengewerkt’ of ‘je hebt goed doorgezet toen het lastig werd’. De complimenten richten zich veel meer op het proces dan op het product. Daarmee maak ik de koppeling naar de uitdagingen die we vooraf hadden benoemd en het doel waaraan het kind werkt. Het is een manier van kijken, denken en begeleiden.”
Bijdragen aan inclusief onderwijs
De Nutsschool wil het Doelab in de toekomst misschien uitbreiden naar groep 7 en 8. “Voor die leeftijd zijn er thema’s die voorbereiden op de overstap naar de middelbare school. Denk aan de omgang met jezelf, hoe pak ik dingen aan als het moeilijk wordt, durf ik om hulp te vragen? In het Doelab mag je dat allemaal oefenen.” Monique ziet dat deze aanpak bijdraagt aan inclusief onderwijs: “Het Doelab geeft kinderen net dat duwtje, waardoor ze in hun eigen groep verder kunnen groeien. En dat is precies waar inclusief onderwijs voor ons over gaat.”
