Inclusief onderwijs

in het buitengebied

Ons ideaal? Elk kind op de step naar school

Kleine groepen, klasgenoten van alle leeftijden en grazende koeien naast het speelplein. In het buitengebied naar school gaan is net een beetje anders dan in de stad. Het klinkt als een ideale omgeving voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Is dat ook zo? En hoe geven deze scholen vorm aan inclusief onderwijs?  

Vanuit obs Wiene in Ambt-Delden delen directeur-bestuurders Jasper Kok, van Stichting OPO Hof van Twente, en Robert Everink, van Stichting SKOLO, hun visie op inclusief onderwijs. Ze vertellen over de uitdagingen en initiatieven om in een dorp en in het buitengebied tegemoet te komen aan de individuele onderwijsbehoeften.

De ideale school, toch?

“Voor veel kinderen is een school in het buitengebied inderdaad een fantastische plek. Soms ook zeker voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften”, stelt Jasper Kok. “Maar je moet zorgvuldig afwegen of een kleine school echt de juiste plek is.” Ouders denken soms dat alle uitdagingen die een kind heeft daar wel goedkomen. “Dat is soms waar, maar net zo vaak is het niet de oplossing. Ook voor een kleine school met bijvoorbeeld drie combinatiegroepen is het een uitdaging om elke leerling goed te ondersteunen bij specifieke ontwikkelbehoeften.”

Opgroeien in een dorp

“Als je opgroeit in een dorp, is het belangrijk dat je gekend wordt in het dorp”, vult Robert aan. “Ga je buiten het dorp naar school, dan mis je aansluiting bij andere kinderen. Je maakt minder makkelijk speelafspraakjes en mist dorpsactiviteiten die juist vaak binnen de schoolomgeving plaatsvinden. Daarom doen we er veel aan om kinderen op school te houden.” Met verschillende initiatieven proberen de besturen om inclusief onderwijs op dorpsscholen mogelijk te maken. Ze zetten, mede met ondersteuning van het samenwerkingsverband, bijvoorbeeld in op co-teaching, interprofessioneel werken, parttime plaatsen en ondersteuning door dog assisted coaches.

Voorbeelden van inclusief onderwijs

Is het voor een kind beter om naar een andere school te gaan, dan is Robert voorstander van een kortdurende toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs. “Na twee jaar kunnen we dan kijken of het kind terug kan naar de dorpsschool.” Jasper vertelt over de mogelijkheid van een parttime plaats: “Een van onze leerlingen gaat vier dagen in de stad naar een sbo-school en een dag naar school in het dorp. Zo maakt hij vriendjes in het dorp en heeft hij elke week wel een speelafspraak.”

Samen naar school

De Samen naar School klas van basisschool De Imenhof, een school van Consent, in Losser is een mooi voorbeeld van inclusief onderwijs in een dorp. Dit is een aangepaste klas voor kinderen met een ernstige lichamelijke en/of verstandelijke beperking. In hun eigen klas krijgen ze onderwijs op maat, met de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. En waar mogelijk doen ze mee met de andere leerlingen in de reguliere klassen.

Kijk naar voortgang

Als we de deur voor inclusief onderwijs willen openen, moeten we ons minder focussen op resultaten, stellen de twee bestuurders. Robert: “Laten we ons meer gaan richten op ontwikkeling. Het volgen van de ontwikkeling geeft handelingswijzen voor een volgende stap in de ontwikkeling. Het is dan makkelijker om kinderen binnenboord te houden, als ze maar voldoende progressie maken. Tegelijk moet je als schoolteam alert blijven. Heb ik alles gedaan om het ontwikkelproces te versterken? Of ben je te snel tevreden?”

Wat heeft de groep nodig?

Tenslotte willen Jasper en Robert benadrukken dat leerling, leerkracht en ouders samen verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling. “We zijn een beetje doorgeslagen in de individualisering”, aldus Robert. “Dat is niet te doen voor een leerkracht. Wat mij betreft gaan we terug naar wat de groep nodig heeft en niet zo inzoomen op de uitzonderingen.” Jasper vult aan: “En duidelijk de verwachtingen managen, ook bij ouders. We moeten met de ouders aan dezelfde kant van de tafel gaan zitten. Als partners samenwerken. Ook dat draagt bij aan inclusief onderwijs.”

Thuisnabij onderwijs

“Ieder kind met de step naar school, dat is voor mij het ideaalbeeld van inclusief onderwijs”, besluit Jasper. “Want dat betekent dat ieder kind vlakbij huis onderwijs krijgt, vriendjes in de buurt kan maken en meedoet aan het sociale leven. Ook als de leerling specifieke onderwijsbehoeften heeft.” Is dit ideaalbeeld te realiseren? Jasper benadrukt dat de wil er is, maar dat structurele financiering vanuit de overheid ontbreekt. “We zijn nu te afhankelijk van tijdelijk subsidies. Daarmee kunnen we niet doorbouwen aan inclusief onderwijs. Ik hoop dat daar verandering in komt.”