Vertrekkend bestuurder Ralf Dwars van Stichting Brigantijn:

‘Nul verwijzingen in 2035’

Op het eerste gezicht lijkt het een gewone picknicktafel op het plein van IKC De Letteborg in Borne. Maar als je goed kijkt, zie je dat hier ook een rolstolgebruiker kan aanschuiven. Het vat mooi samen waaraan Ralf Dwars de afgelopen jaren hard heeft gewerkt. Meer inclusie in het basisonderwijs. Als bestuurder van Stichting Brigantijn neemt hij binnenkort afscheid met een stevige ambitie voor zijn opvolger als stip op de horizon.

In 2035 nul verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs. Ralf spreekt uit wat weinigen hardop durven te zeggen. Hij ziet het niet als belofte, maar als koers. “Gaat het lukken? Ik weet het niet. Maar door de ambitie te stellen, stel je de richting. Je gaat je steeds meer afvragen wat je als school te doen hebt om hier te komen. Het verandert je mindset.”

Die visie op inclusief onderwijs ontwikkelden ze binnen Brigantijn samen met de leerkrachten, kwaliteitscoördinatoren, kwaliteitsmedewerkers, directeuren en orthopedagogen. “Als ik van achter mijn bureau zeg dat ik versnelling wil, dan snappen mensen de intentie, maar dan is het niet haalbaar. We hebben echt gekeken wat realistisch is en een stip op de horizon gezet. En ja, de lat ligt hoog.”

Focus op kwaliteit

Een belangrijk stap naar meer inclusie zette Brigantijn jaren geleden al. “We stapten over van intern begeleiders naar kwaliteitscoördinatoren. Waarom? De kwaliteitscoördinator is anders opgeleid en meer gericht op het collectief. Daar profiteren meer kinderen van.” Ook legden ze de focus meer op kennis opdoen dan op vaardigheden ontwikkelen. “Kennis gaat voor vaardigheden. En ons ambacht is onderwijzen, daarmee zetten we een goede basis neer.” Zes jaar geleden startte de stichting met een intern auditteam. Dat brengt de kwaliteit van het onderwijs op de scholen systematisch in beeld en zorgt voor verbetering.

Huisvesting draagt bij

“Inclusief onderwijs begint niet bij één kind met een specifieke behoefte, maar het begint bij hoe je naar het onderwijs aan de hele groep kijkt. En hoe je naar de omgeving kijkt. Daar hoort ook een fysieke kant bij”, stelt Ralf. “Goede akoestiek, licht, verse lucht, ruimte buiten de klas. Dat helpt collega’s in de klas. Goede akoestiek zorgt bijvoorbeeld voor rust, minder afleiding en draagt bij aan goed klassenmanagement. Zo vormen huisvesting en kwaliteit ook een belangrijk onderdeel van inclusie.”

Samen naar school

In de nieuwbouw van IKC de Letteborg kon Ralf deze visie goed kwijt. En eindelijk heeft ook de Samen naar School-klas een eigen ruimte binnen het kindcentrum. “Kinderen met en zonder handicap leren elkaar kennen. Ze zien dat elk kind anders is en ertoe doet. Zo is Christoffer vandaag in gesprek met twee leerlingen uit groep 8. En ik weet zeker dat de volgende leerlingen alweer klaar staan om samen met hem wat te doen.” Wat opvalt is dat kinderen zo zelf de norm verzetten. Niet omdat een leerkracht het vraagt, maar omdat het normaal is geworden samen te zijn. “Dat is wat sociale inclusie doet. Het verandert wat kinderen als vanzelfsprekend beschouwen.”

Realistisch blijven

Bouwen aan inclusief onderwijs gaat volgens Ralf echt niet vanzelf. “Je moet volhardend zijn in je ambitie. Blijven geloven en continu toetsen wat een realistische volgende stap is voor de organisatie. Ik realiseer me dondersgoed dat ik niet voor de klas sta en de leerkrachten het uiteindelijk moeten waarmaken.” Hij is ook realistisch. “Een bepaalde vorm van gespecialiseerd onderwijs blijft nodig. Anders doen we een groep kinderen tekort.” Ralf ziet ook een belangrijke uitdaging om de kennis en vaardigheden van het gespecialiseerde onderwijs niet verloren te laten gaan. “Hoe geven we die kennis door aan regulier en inclusief onderwijs? Dat moeten we in de transitie niet vergeten.”

Vergeet de ouders niet

Bij elke toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal onderwijs die hij moest ondertekenen, stelde Ralf zichzelf, de kwaliteitscoördinator en de orthopedagoog dezelfde vraag: wat hebben wij als school te doen om dit kind terug te laten komen? En hij keek verder. “Bij elke individuele beslissing, stelde ik ook de collectieve vraag. Welke trend zie ik? Welk type leerling wordt verwezen? En wat hebben wij als Brigantijn te doen?”

Volgens Ralf laten we ook een grote factor nog onbenut, de kennis en ondersteuning van ouders. “Er zijn veel meer ouders die van waarde kunnen zijn. Het is me nog niet gelukt om die ouderbetrokkenheid en ouderverbondenheid te vergroten. Hier ligt nog een kans. Al is het maar 5 of 10 procent, dan bereik je heel wat kinderen.”

Hij vindt het een voorrecht dat hij als bestuurder veel kinderen een andere wereld heeft kunnen laten zien. “Een wereld die inclusiever is en zegt: je hoort erbij, je doet mee.”