Julian is dertien, houdt van architectuur en kent alle voetbaluitslagen uit zijn hoofd. Na de zomer gaat hij naar het vmbo. Voor het eerst naar een school die hij samen met zijn ouders zelf kon kiezen.
De schoolloopbaan van Julian verliep anders dan zijn ouders vooraf hadden verwacht. Zijn moeder Leonie ten Cate vertelt hoe op de peutergroep opvalt dat Julian achterloopt in spraak en woordbegrip. “Hij sprak met twee-woordzinnen, terwijl zijn leeftijdsgenootjes al langere zinnen maakten.” Julian is hun eerste kind. “Je vraagt je de hele tijd af, hoort dit gewoon bij hem? Of is er meer aan de hand?”
Wat is normaal?
Als Julian drie-en-een-half is, gaan zijn ouders om tafel met de pedagogisch professionals van de peutergroep, de intern begeleider van de naastgelegen basisschool, een medewerker van Jarabee en de wijkcoach. “Het was duidelijk dat de basisschool in onze wijk voor hem niet de juiste plek was.” Om beter in beeld te krijgen wat Julian nodig heeft, start hij op het infantcentrum van Jarabee in Enschede. Vier halve dagen per week, in een klein groepje met veel begeleiding en logopedie. Het blijkt een belangrijke stap voor zijn ontwikkeling.
Ontwikkeling maakt sprongen
“In de kerstvakantie zagen we plotseling een andere Julian. Binnen anderhalve maand ging hij van beperkte spraak naar complete zinnen.” Die sprong brengt ook nieuwe vragen. Want welke vorm van basisonderwijs past het beste bij hem? Professionals zien kenmerken van autisme en ADHD, maar een duidelijke diagnose blijft bewust uit. “We wilden eerst begrijpen wat hij nodig had”, legt zijn moeder uit. “De diagnose komt wel als hij wat ouder is.”


Naar het speciaal onderwijs
Het advies is om Julian aan te melden bij een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Leonie is eerlijk over hoe dat voelde. “Toen we de Huifkar bezochten en de kinderen zagen, realiseerde ik me pas echt dat Julian bij een kwetsbare groep hoort. Hoe gaat dit later, vroeg ik me af? Ik vond dat echt heftig.” Maar de school voelt ook warm en veilig. Kleine groepen, overzichtelijk, leerkrachten die hem echt zien. “Julian zit daar op zijn plek. Hij maakt vriendjes, voelt zich veilig en komt tot rust. Na een periode van zoeken deed ons dat allemaal goed.”
Goede begeleiding
Vrij snel merken zijn ouders dat Julian op zijn nieuwe school een keer uitgeleerd zou zijn. Hij begint uit zichzelf met rekenen en woordjes maken. “Toch bleven we voorzichtig met onze verwachtingen. Je wil niet onrealistisch zijn”, legt Leonie uit. Julian blijkt enorm leergierig en gaat goed op succeservaringen. Wat werkt voor hem? Structuur en weten wat er komen gaat. Dat geeft hem rust. En als iets lukt, groeit hij daar zichtbaar van. Julian en zijn ouders leren steeds beter om te gaan met de dagelijkse uitdagingen die bij zijn autisme horen.
Meer uitdaging
Ook de leerkrachten zien dat er meer in zit. Voorzichtig kijken ze wat hij aankan. Eenmaal in groep 6 doet hij mee met de lesstof van groep 8. Dat leidt tot de volgende stap: het speciaal basisonderwijs op de Ariënsschool. “De grotere groepen en mondige kinderen waren best spannend. Maar hij zei zelf, ‘hier leer ik meer’. Hoe mooi is dat?” Julian doet groep 6 opnieuw, zodat hij rustig kan wennen. Die keuze pakt goed uit. Ook zijn zelfvertrouwen groeit zichtbaar.
Zelf kiezen
In groep 7 volgt het advies voor het vervolgonderwijs: vmbo-kt. En voor het eerst zijn er opties. Welke school wil Julian zelf? “Altijd zat hij op een andere school dan kinderen uit de buurt. Nu konden we vragen: wat wil jij?” Tijdens open dagen loopt hij geïnteresseerd rond. De ene school vindt hij te druk, de andere voelt direct goed. Na de zomer start hij op het Bonhoeffer. “Opnieuw een spannende stap, maar hij is eraan toe. Hij kijkt nu al uit naar de scheikunde- en geschiedenisles. Wij zijn ook heel benieuwd wat de komende tijd gaat brengen.”

Blijf vertrouwen uitspreken
Als Leonie terugkijkt, is ze vooral blij met de begeleiding door de verschillende professionals. “We hebben ons echt gehoord gevoeld. Bij elke overgang is goed gekeken wat Julian nodig heeft. Wat kan hij aan, waar liggen zijn sterke punten en waar heeft hij meer ondersteuning nodig?” Aan ouders in een vergelijkbare situatie geeft ze mee: “Blijf je gevoel volgen. Blijf praten, met school, met begeleiding, met elkaar. Deel je visie en vertel wat je dwars zit. En spreek vertrouwen uit naar je kind. Niet onrealistisch, maar ook niet te voorzichtig. Julian heeft altijd geweten dat wij in hem geloofden. We zijn ook ongelooflijk trots dat hij dicht bij zichzelf is gebleven en alles eruit heeft gehaald. Kijk waar hij nu staat!”
